Op hoge en luide toon delen enkele collega's hun werkelijkheid schoolbreed, per elektronisch bericht. Deze berichten behandelen de gore en onverdraaglijke werkelijkheid. O jee. Vrijdag om 9.52 uur maakt een collega zich al druk. Deze mevrouw strekt ons allen tot voorbeeld. De arbeid waarvoor zij betaald wordt, vangt eerst om 10.45 uur aan. Nochtans gaat zij vóór tienen al tekeer. Zij is verlamd van schrik, de werkelijkheid laat haar verstomd staan. Zij wil de wereld een voorval niet onthouden. Zij opent een beerput en kletst over smerige collega's die er geen been in zien onschuldigen op te zadelen met wat extra proefwerken. Fundamentele minachting, deze doelbewust respectloze manier van omgang met onze cliënten. Om 11.37 uur komt er weer een schoolbrede mededeling. Een instromende menheer stoort zich ook graag en veel aan het feit dat wij het niet belangrijk genoeg vinden proefwerken in het klassenboek te zetten. Hij sluit zich aan bij de mevrouw, windt zich ook op, en preciseert: Zo kunnen wij nooit geloofwaardig overkomen bij de leerlingen als het gaat om hun organisatie en structuur. Het is werkelijk prachtig, deze fijne lui die zich druk maken over de onderliggende mens, de geknechte en uitgebuite massa's. O jee, wat zal dit slijmspoor de tongen losmaken aan de koffietafel. Aasgieren zijn we, slampampers, een stelletje luiwammesen en lijntrekkers. Wat staan wij in ons hemd.zaterdag 25 juni 2011
O jee
Op hoge en luide toon delen enkele collega's hun werkelijkheid schoolbreed, per elektronisch bericht. Deze berichten behandelen de gore en onverdraaglijke werkelijkheid. O jee. Vrijdag om 9.52 uur maakt een collega zich al druk. Deze mevrouw strekt ons allen tot voorbeeld. De arbeid waarvoor zij betaald wordt, vangt eerst om 10.45 uur aan. Nochtans gaat zij vóór tienen al tekeer. Zij is verlamd van schrik, de werkelijkheid laat haar verstomd staan. Zij wil de wereld een voorval niet onthouden. Zij opent een beerput en kletst over smerige collega's die er geen been in zien onschuldigen op te zadelen met wat extra proefwerken. Fundamentele minachting, deze doelbewust respectloze manier van omgang met onze cliënten. Om 11.37 uur komt er weer een schoolbrede mededeling. Een instromende menheer stoort zich ook graag en veel aan het feit dat wij het niet belangrijk genoeg vinden proefwerken in het klassenboek te zetten. Hij sluit zich aan bij de mevrouw, windt zich ook op, en preciseert: Zo kunnen wij nooit geloofwaardig overkomen bij de leerlingen als het gaat om hun organisatie en structuur. Het is werkelijk prachtig, deze fijne lui die zich druk maken over de onderliggende mens, de geknechte en uitgebuite massa's. O jee, wat zal dit slijmspoor de tongen losmaken aan de koffietafel. Aasgieren zijn we, slampampers, een stelletje luiwammesen en lijntrekkers. Wat staan wij in ons hemd.woensdag 27 april 2011
In uitvoering
Een warme zomerdag, eind april. Mijn zorgen zijn klein. Op de onderwijsinstelling waar ik mijn centen beur, slijt ik vanochtend nog een kunstje. Drie levenskunstenaars, twee jongemannen en een meisje, moeten examens afleggen. Zij willen extra oefening en die het liefst in stilte. Rust en vrede. Zij moeten examens afleggen, ze zijn niet overtuigd. De drie bezetten de eerste rij en zetten zich aan het werk. Ik kijk uit het raam. Een van de jongemannen is na krap een kwartier klaar. Hij steekt zijn hand op, ik controleer zijn resultaat. Zijn werk spelt onheil, ik raad hem aan thuis nog een opdracht te maken. Dit vindt hij een goed idee. Min of meer tegelijkertijd steekt de andere jongeman zijn hand op: Klaar, meneer. Ik schuif een antwoordmodel over de tafel en zie lichte tevredenheid in zijn ogen. Daarop wandelen de jongemannen het lokaal uit, het echte leven tegemoet. Het meisje blijft achter. Zij werkt stug voort. Vijf minuten later heft zij haar hoofd en vertelt dat zij zich vanmiddag in Groningen een bijzonder aardig jurkje gaat aanschaffen. Wit en kort, fraaie versiersels. Geschikt voor zowel de laatste schooldag als de feestelijke diploma-uitreiking. Voor de laatste schooldag zal zij ons als Raponsje betoveren. Een blonde vlecht tot aan haar enkels. Over enkels gesproken, zeg ik, wat draag je in dit sprookje aan je voeten? Rode ballerina's of Zweedse muiltjes? Het meisje lacht parmantig. Mijn voorstel vindt geen genade. Raponsje houdt het hierna voor gezien, ze huppelt onbekommerd naar buiten. En deelt mee dat zij morgen nog een examenopgave zal komen maken. Wanneer het meisje wegdanst staat een huismeester in de deuropening. Hij komt afwezigen turven. Het lege lokaal zet hem aan het denken.zondag 24 april 2011
Goede zeden
Dat is niet zo netjes, hè, meneer. Dit zegt een beschaafde jongeman wiens meisje wijselijk doorloopt. Mijn hond pist tegen een heg. Het is zaterdagavond. De fatsoenlijke jongeman keurt het gedrag van mijn hond ten strengste af, dat is wel duidelijk. Hij predikt zeden en lacht er niet bij. Vraagt hoe ik het zou vinden als hij tegen mijn heg zou komen plassen. (Het spreekt vanzelf dat ik tril van woede. Dat ik de nette jongeman ruw en genadeloos wil afrossen. Dat ik hem onbehouwen wil sarren en bespugen.) Als ik bekomen ben van mijn verbazing zeg ik dat hij van mij mag langskomen. Wijs hem de weg en geef mijn huisnummer. Van harte welkom. En als je dan klaar bent, zeg ik, mag je met je geweer in je hand gaan zitten wachten of je ook zo'n vieze schijtmerel van mijn dak kunt schieten. Of je doet je haar los en probeert een leven te vinden. De goedgemanierde jongeman laat zich niet afleiden. Hij loopt achter zijn meisje aan en verdwijnt om de hoek. Hij gaat nog even een blokje om, onberispelijk. Hij blijft netjes op de stoep en snijdt geen meter af. Geconcentreerd inspecteert hij de heggen. Zet 'em op, kanjer. Thuis schenk ik een borrel in en stel vast dat het leven mooie kanten heeft.donderdag 21 april 2011
Evenwicht
Het is acht uur, dinsdagochtend. Een van mijn collega's zit achter een computer en werkt. Een tweede collega gebaart mij zwijgplicht toe en besluipt vervolgens de werkende. Er volgt ongekamd geschreeuw (je stinkt!, hou je bek, mongool!), gezwaai met knuisten, een armklem. Zo begint de werkdag, onbekommerd, achteloos. Een dag later krijgt het tumult aan de volle koffietafel een vervolg. Ongezeefde mannenlol, ruwe taal, bulderend gelach. Een collega zit erbij en stoort zich. Ze verschuilt zich achter Trouw en blijft moedig zitten. De storm luwt en we voeren de gewone gesprekken over wereldpolitiek, opinieprogramma's en piekbelasting. Van de mannen aan tafel hebben er twee een vrije donderdag. In het voorbijgaan neemt de Trouwlezeres een van hen op de korrel: of hij van zijn vrouw op donderdagen ook een takenlijstje ontvangt. Hij schudt zijn hoofd. Zoiets doet zijn vrouw niet. Vanochtend sta ik aan het begin van de openstelling bij het brengstation in mijn dorp. Een werknemer in groen en oranje is mij behulpzaam bij het overladen van lompen, overtollig en versleten huisraad, oude metalen. Of ik grote schoonmaak houd? Ik monkel iets over een vrije dag en een taak die al maanden om voltooiing schreeuwt. Hij grijnst en zegt dat hij thuis zwijgt over vrije dagen, het risico op lijstjes is hem gewoonweg te groot.donderdag 3 maart 2011
(Niet) kansloos
Uit de behandelkamer vang ik een levend gesprek op tussen de tandheelkundige en een mevrouw. Hij zegt te hopen op voldoende houvast ditmaal. De mevrouw is het met hem eens. Het gelukt de heelkundige nochtans ook bij dit bezoek niet de juiste greep toe te passen. Mevrouw wordt verwezen naar een specialist die maatwerk zal verrichten in het UMCG. Mijn hoofdhuid prikt. Nu is het mijn beurt. De tandarts is niet veel veranderd sinds mijn laatste bezoek. Zijn praktijk niet, de buurt niet. Er hangt een vertrouwde, gestolde sfeer. De heelkundige merkt op dat het al even geleden is dat wij elkaar begroetten. En nu hij het goed leest, ziet hij dat het in 2005 was. Achter zijn mondkapje grijnst hij, ik zweet en tril. Vraag me af of hij de visite niet met een zeker ongeduld tegemoet heeft gezien. Een amalgaamvulling uit een ver verleden heeft de geest gegeven. Mijn tandarts zet zich aan de herstelwerkzaamheden. Met enige spijt in zijn stem merkt hij op dat het allemaal niet kansloos is. Vanwege inwerkende krachten is een bepaalde slijpende werking opgetreden. Hier en daar is wat ivoor afgebrokkeld. Hij vult de holte. Slijpt wat bij. Misschien moeten wij, zegt hij — net als zes jaren geleden — maar eens kronen overwegen. Volgende week verwacht hij me weer. Hij neemt links en rechts foto's. Ik krijg een boodschap voor de assistente mee: controle en een paar vullingen. Dat is alles. Ik sluip naar buiten. Mijn tred is bijna soepel. Ik zwier nog net niet. Slaak een zucht. Mij kan niets gebeuren. Ik red het wel — op mijn sloffen zelfs. Kwestie van goed poetsen. Verstandig eten. Dan ga ik het bos in. Met de honden. Om zo lang mogelijk van dit gevoel te genieten.dinsdag 22 februari 2011
Helden
Eerlijk is eerlijk: het geeft me het gevoel dat er iets is verricht. Iets van formaat. Dat ik gedaan heb wat er van me verwacht mag worden. Om een uur of half vier vanochtend hoor ik nagels op de houten vloer beneden. De hond dus. Reken maar dat die heel goed in de gaten heeft dat hij te kampen heeft met iets dringends. Dat het niet veel meer dan een haartje scheelt. Ik de trap af. Zet alvast de achterdeur open. Als ik de kamerdeur opentrek, maakt hij een weergaloos bokkensprongetje en draaft bij de landing meteen het erf op. Even later komt hij opgelucht naar binnen, controleert waar ik blijf. Ik heb het al begrepen, de jas aan. De hond kan los. Hij danst verzaligd het erf af, de nevelige nacht in, de doodstille straat uit. Er kraakt nog wat sneeuw onder onze voeten. Er dringt zich een onbekommerd zingen op in mijn hoofd. Eigenlijk kost het niet meer dan een half uur. Een half uurtje en ik kan zeggen dat ik iets groots gepresteerd heb. Ik heb de signalen opgevangen en ben op verkenning uitgegaan. Het bed uit, de trap af, op weg naar heldendaden.zondag 20 februari 2011
Rakelings voorlangs
Abonneren op:
Berichten (Atom)